Liesbeth zoekt het oostelijker

25 juli, 2011

“Overvliegende buitjes” in de Beskidy, en andere verhalen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 11:24 pm

De ideale timing voor een vakantie: net op tijd om aan het Belgische herfstweer te ontsnappen. Welnu, deels is ons dat gelukt. Meer bepaald in deel 1: Krakau, waar we vrijdagavond aankwamen en tot dinsdagochtend vertoefden.

Wie Krakau niet kent, mag zeker beginnen uitkijken naar goedkope Ryanair-vliegtickets. Het is een heel gezellige stad met een centrum dat je te voet gemakkelijk kan doorkruisen. Wel wat gek voor de tweede grootste stad van Polen misschien, maar voor een toerist is het wel handig om de trams te laten voor wat ze zijn.

De eerste indruk was misschien niet de beste. Aangekomen op ons hoteladres (Peregrinus heette het, de toekomstige Krakaureiziger weze gewaarschuwd), deden we de grote voordeur open. Niks, alleen een grote lelijke trappenhal, zoals je er wel meer vindt in Polen. Geen verdere aanwijzingen waar er een receptie zou kunnen zijn. Hm, vast fout adres dus? Terug naar buiten, en toen zagen we naast de deur de mededeling dat de receptie zich op nummer 25 bevond. Oef. Ik vreesde al even een onbestaand hostel geboekt te hebben. De aardige receptionist op nummer 25 gaf ons de sleutel, maar onze kamer lag helaas wel in het grote lelijke gebouw op n°15. De voordeur kon niet afgesloten worden, de deur van onze sectie en onze kamer gelukkig wel. We deelden een badkamer en keuken met een andere kamer, en dat was dan onze sectie. De kamer was alles behalve gezellig, met fristiroze muren, vier bedden naast elkaar (twee waren ook genoeg geweest, dan kon je tenminste nog bewegen) en een grote oude kachel-achtige installatie.

Om Niels snel te overrompelen met betere Polen-indrukken gingen we nog even via de 24u op 24 geopende supermarkt (water!) naar de markt. Want Krakau heeft één van de grootste marktpleinen van Europa. En het is er heel gezellig: er is altijd wel iets te doen – concerten, mannen die met vuur jongleren, poppenspelers… Origineel is ook de karaokebar met live band. :)

Na deze positieve beelden gingen we terug naar het hostel, voor een nacht zoals je er niet te veel wil hebben. Enge geluiden, onverwacht luid gebel aan de voordeur op onze verdieping… de badkamer alleen al was een plaats waar je niet lang wou blijven. Toen we bijna sliepen, weerklonk opnieuw dat schelle belgeluid. Wie belt er nu continu aan om 1 u ‘s nachts? Rationeel weet je dan: tsja, er zijn toch twee deuren op slot tussen ons en de open voordeur. Maar dan hoor je gestommel, mensen aan sloten rammelen alsof ze geen sleutel hebben en hen dat weinig kan schelen, uiteindelijk de deur van de sectie die open ging… omstreeks half 3. Na dat herhaalde bellen – net of iemand wou weten of er iemand thuis was? Nog meer gestommel, en toen hoorden we de deur naast ons opengaan. Het waren onze dronken, pas aangekomen buren. Die niet zo goed overweg konden met een sleutelbos van 3 sleutels, kennelijk… Onze buren zetten bovendien hun wekker op half 6, en toen was het alweer licht op de kamer, bij gebrek aan gordijnen. Of hoe we dus niet veel geslapen hebben, die nacht. We hebben dan toch maar gevraagd om een kamer in het hoofdgebouw, waar de receptie was: een iets veiliger gevoel en misschien minder belletje-trek? De – uiteraard duurdere – nieuwe kamer was gelukkig veel gezelliger en degelijker!

Over Krakau kan je genoeg lezen op Wikipedia, maar laat ik het even hebben over iets wat erg opviel. Niet alleen de duiven en de pretzelverkopers overal, maar ook de trouwgekte. In Wrocław had ik al gemerkt dat het er vergeven is van de winkels met trouwkledij. In Krakau (en ook in Żywiec) zie je ook overal bruidsparen en fotografen rondlopen (we hebben minstens 3 paar gezien op 2 dagen tijd), koop je overal trouwringen, kan je in restaurants ook bruiloften houden en moet je nooit ver lopen voor een bruidsboeket en versieringen voor je bruiloft…

Ook in Wieliczka kan je trouwen. Maar je kan er ook gewoon heengaan om het te bezoeken: de zoutmijn vlakbij Krakau stond op de eerste UNESCO-werelderfgoedlijst ooit en is erg indrukwekkend. Een geleide wandeling van 3 uur, een traject van zo’n 2.5 km onder de grond, vol met standbeelden van zout… Het gekste van al was de zouten kapel die ze in de mijn gemaakt hebben. Onvoorstelbaar.

Een andere aanrader in Krakau: de fabriek van Oskar Schindler. Beter bekend van de film Schindler’s List. In de fabriek is een museum opgericht, niet veel meer dan een jaar geleden. Het is een erg uitgebreid museum over de Tweede Wereldoorlog en het nabije kamp van Płaszczów. Vol films met getuigenissen ed. We waren er een paar uurtjes ‘zoet’ (al is bitter wellicht een betere term hier).

Intussen was het stralend weer, tegen 30°C. Dus zondagmiddag gingen we naar Kryspinów, een strand aan een baai op ‘n half uurtje bus van Krakau. We waren er natuurlijk niet alleen: Lloret de Mar is er niets bij. Maar we vonden toch een plaatsje zonder op al te veel mensen te trappen, een wonder. Naast ons was een koorddans-trio zichzelf en de omliggenden aan het entertainen, terwijl menig Pool vlees aan het stoken was. Barbecuen is een te mooie term voor al dat rookgeweld. De terugreis was iets spannender: de busuren waren niet geafficheerd, het was zondagavond en het was een file van jewelste. Dus het was wat gokken op welke bus je sprong, maar we hebben dat goed gedaan. :)

Culinair was het voor ons dik in orde: je kan er zeer lekker eten op restaurant voor zo’n 5 euro per persoon. De obligatoire pierogi, en heerlijke rode-bietensoep met ‘oortjes’ waren uiteraard van de partij. Wie na het lezen van mijn blogposts nog steeds niet weet waar ik het over heb, kan het beter ter plaatse eens gaan uitproberen, of vriendjes worden met Poolse oude vrouwtjes.

Onze laatste dag in Krakau brachten we op verplaatsing door: in de Jura Krakowsko-Częstochowska, een deel van het Nationaal Park van Ojców. Leuk om te wandelen, erg groen, met een paar opvallende rotsen zoals de ‘Knots van Hercules’. Je moet het natuurlijk wel weten te vinden: een bus nemen van Krakau naar Ojców is één ding, maar de kunst is weten waar je uit moet stappen. Gelukkig heb je altijd wel ergens een aardige Poolse vrouw die merkt dat je op zoek bent naar de juiste halte. De aardige vrouw in ons geval was een lokale botanologe, die ons wou helpen een kaart van de omgeving te bemachtigen, ons aanraadde om zeker een video te bekijken over het park enz enz. Je kent het, iemand die graag de regio wat extra promoot en geen rust zal vinden voor ze zeker is dat we alles goed naar waarde zullen schatten. Zeer welgekomen kaartje! 18km wandelen en enkele fikse buien op het einde later sloten we de dag af bij een lekkere maaltijd in Krakau. In een restaurant waar een groep Duitsers allemaal schnitzel bestelden (en het zowaar lekker vonden).

Dinsdag reden we het tweede, vochtigere deel van onze reis tegemoet: Żywiec – waar ook de brouwerij ligt vanhet gelijknamige bier, één van de bekendste bieren van Polen. Over de smaak heb ik hierbij niks gezegd.  De stad ligt in de Beskidy, het tweede grootste gebergte van Polen. De afstand tussen de twee steden bedraagt 91km, goed voor… 4u15 treinrit. Nu het toch over die treinen gaat: we waren er getuige van dat je op Poolse treinen de deur ook kan openen als die niet stilstaat. Voor wie het zich afvroeg…

Ons hotel, Zajazd Maxim, is een aanrader. Voor 35 euro per nacht (voor 2 personen) heb je daar een zeer luxueuze slaapkamer, met ruime badkamer en zelfs een groot salon, en ontbijt inbegrepen. Groter kon het verschil met de eerste nacht in Polen dus niet zijn. De mails die ze op voorhand stuurden zijn ook de beleefdste, meest gedienstige stukken Pools die ik ooit te lezen kreeg. :)

Het toerismebureau is ook een plaats waar je moet zijn geweest. Zelden zo’n enthousiaste ‘toerismebureaumevrouw’ (tsja, hoe noem je zo iemand? tourist-agent? senior tourist manager? tourist engineer?) gezien. Toeristen uit België, wat een unicum! En ze vertrok op een lange, lange, lange (Poolse) uitleg, wandelend van kaarten naar kasten naar schuiven naar kaarten enz. Intussen overlaadde ze Niels met allerlei Engelstalige brochures en folders en kaartjes die ze daar had liggen, kwestie dat hij ook iets had om over te lezen. Je kon het zo gek niet bedenken, zelfs een route over mijlpalen in de industrie. En over het weer moesten we ons geen zorgen maken, waarom? Slechts ‘overvliegende buitjes’, verzekerde ze ons. Gelukkig maar, want zoveel bergen en ‘n groot meer in de buurt, daar moesten we onze drie dagen in de regio toch zeker goed mee kunnen vullen!

Na een middagmaal op een bankje in het grote Paleizenpark (met een paleis van de vroegere Habsbugers, vandaar) en de geweldige ‘Johannes Paulus-route’** trokken we verder naar de heuvel Grojec (612m), waar ons een heel mooi panorama zou wachten. Na een stevige klim – want Poolse wandelroutes gaan liever vertikaal omhoog dan veel bochtjes te nemen, hebben we geleerd – hoorden we het boven al wat grommen. En dat op een pauselijke route! Maar het kruis was in zicht, niet erg ver weg, en het druppelde maar lichtjes. Dus gingen we door, bewonderden bovenaan kort het uitzicht en keerden dan snel terug. Geen minuut te vroeg, want bij onze tocht naar omlaag (gelukkig opteerde we voor de weide, niet meer voor het bos waarlangs we gekomen waren) werden we er gewoonweg afgeblazen. Stormwind, meer regen dan uit de gemiddelde douche komt… Het was best eng eigenlijk, de takken in het bos ernaast begonnen zich al te roeren, en ook in’t park beneden zouden we later erg veel afgebroken takken en zelfs enkele gespleten bomen zien… Toen we terug beneden waren, liepen we snel naar een nabijgelegen gebouw om onder te schuilen. Al waren we natuurlijk drijfnat. Rok en zakdoek alleen al konden met gemak een stevige emmerbodem vullen. Nu ja, niet getreurd, we hadden het kruis gehaald… Al bleek later uit de wandelbeschrijving dat dat niet het eindpunt was: er was nog een tweede kruis – wij waren maar tot 475m geraakt, tot het… Johannes-Pauluskruis…

Na dit ‘overvliegende buitje’ trokken we de volgende dag, op aanraden van de toerismemevrouw, naar de berg Góra Żar. Ergens onderweg is daar ook een touwenparcours zo’n 20m boven de grond, daar kon Niels zich eens uitleven. Toen hij weer veilig voet aan de grond zette, begon het te gieten, donderen en stormen. Dus brachten we de volgende twee uur binnen in een herberg door met tomatensoep en een spelletje Zeeslag voor Gevorderden. Toen het meeste water er weer even uitgevallen was, besloten we met het treintje naar boven te rijden, om dan te voet af te dalen: kwestie van niet pas boven te zijn als ‘t weer zou gaan onweren. Boven aangekomen zagen we een wondermooi, verbluffend… niets. Geen drie meter voor je uit zag je. Wit panorama. Oeps… Boven wat rondgewandeld, tot uiteindelijk door de wolken ineens twee lantaarnpalen zichtbaar waren, dan drie, vier… langzaam maar zeker ging de wolk weg. Heel grappig. En ja, uiteindelijk zagen we eens wat. We hebben er trouwens ook ‘vriendjes’ gemaakt: de Poolse nationale bond van blinden en slechtzienden. Een begeleider had aan onze tafel gezeten in de herberg en had zin gehad in een Engels (jawel!) praatje. En boven zagen we hem weer, en toen vroeg hij of we een fotovan hen konden maken. Dus zei hij: “hier is een toeriste uit België die Pools spreekt.” En zo maak je vrienden ;) Dat vonden ze allemaal geweldig boeiend, en ik moest zeker mee op de foto, “natuurlijk!” Het was een bende lollige mensen, werkelijk. Moeilijk om kort te beschrijven, maar ze hadden een goed gevoel voor humor…
De afdaling verliep vlot: ineens blauwe lucht en zeven zonnen. Tot we net beneden waren, aan de bushalte: toen begon het weer te gieten. Goede timing!

De laatste dag, donderdag, gingen we ‘s ochtends naar het toerismebureau. Want met die ‘overvliegende buitjes’, die zich overigens vertaalden in overstromingen in delen van het land,  en vooral de onweders, was het nogal lastig om hogere bergen te gaan bewandelen. We hadden nochtans Pilsko, 1557m, net over de grens met Slowakije, op het oog. Niet iets voor een stormige dag natuurlijk. Helaas kon ze ons alleen nog musea aanraden. En internet aanbieden. En nog foldertjes? Ons laatste stuk geïmporteerde Belgische chocolade had de vrouw in ieder geval dubbel en dik verdiend! :) We besloten nog naar een waterval (10m) te gaan kijken (Sopotnia Wielka), nog wat in het park te wandelen voor het weer zou gaan regenen, en de sauna en jacuzzi van ons hotel eens uit te proberen. 6 euro voor ‘n uurtje – geweldig land, toch?

Tot slot nog iets over ons laatste avondmaal. In de pizzeria wandelde een poesje binnen. Klein, schattig, het kwam zelfs even naast Niels op de bank zitten. Om dan weer verder te gaan verkennen. Even later werd ons de vraag gesteld door het personeel: “Excuseer, is dit uw kat?” Juist ja, wij nemen altijd onze kat mee op restaurant… Toen het poesje bleef proberen binnen te dringen en de serveerster besloot dat ze niet de hele avond de deur kon staan blokkeren, beraamde het personeel een geniaal plan: het poesje eten geven, buiten. Dan komt-ie vast niet meer terug… (hier dient u even ongelovig te fronsen) Of hoe de pizzazaak er een nieuwe vaste klant bij heeft!

**De beschrijving was hilarisch. Voor ons toch. De voormalige Paus is vroeger één dag in Żywiec geweest, wat hem een standbeeld, een herdenkingskruis op Grojec en deze wandelroute opleverde. De uitleg bij de wandeling had het over hoe de Paus deze weg had afgelegd, de inwoners had gezegend, patati en patata. Maar zo overdreven enthousiast geschreven, vol ‘voortreffelijk’ en superlatieven… Ik zal u de Poolse tekst besparen.

23 april, 2011

“Op Rusland krijgt het brein geen vat” – te gast in Sint-Petersburg

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 12:18 am

De Ruslandreis zit erop: sinds woensdag konden we (Niels en ik) weer lekker acclimatiseren aan het tropische Belgische weertje. (Jaja, wie had gedacht dat we die woorden ooit samen in één zin zouden kunnen gebruiken…) Via deze blogpost wil ik graag een antwoord bieden op de op korte tijd al erg vaak gestelde vraag “Hoe was het daar nu in Sint-Petersburg?”

U wil hier geen chronologisch verslag lezen van de gebouwen en plaatsjes en eetgelegenheden die we allemaal aangedaan hebben. Daarvoor bestaan reisgidsen als de Lonely Planet, en ook Wikipedia kan u melden wat er in de stad allemaal voor fraais te zien is. Of bekijk wat foto’s (ik heb er een aantal op Facebook geplaatst). Nee, ik geef liever een overzicht van een aantal indrukken, dingen die ons wisten te verbazen, positief of negatief.

Wat viel ons op in de metro? Russen praten er niet. Niet op de gigantische, eindeloze roltrappen, waar mensen liever digitaal staan te lezen of luisteren naar de reclame die door de luidsprekers weerklinkt, of naar beneden rennen – wat dapperder is dan het klinkt. [Martijn, bij deze: u bent een held. Hopelijk kan je je toptijden nog verscherpen dit seizoen.] Ze praten ook niet in de metro zelf. Al is dat niet zo vreemd, want de metro maakt zoveel lawaai dat je alleen in elkaars oor kan schreeuwen. Dus dat deden alleen wij, de buitenlanders.
Opvallend aan het metrosysteem was dat de haltes soms erg ver uit elkaar lagen. Een stadsplan kan erg bedrieglijk zijn: het is en blijft een grote stad en de dichtstbijzijnde metrohalte kan nog op een half uur van je doel af liggen. En als je dan alles gelooft wat in de Lonely Planet staat en van punt x naar het dichtstbijzijnde metrostation gaat, zo naar de aangegeven metrohalte spoort, om vervolgens ellendig lang te wandelen en dan te merken dat je op 5 minuutjes van je vertrekpunt x moest zijn… dan voel je je een domme toerist. Dus een goede raad: kijk altijd eens naar een algemene plattegrond en niet naar stukjes. :)

Tijd nu voor een woordje van respect en bewondering. Ik hou niet zo van veralgemeningen, maar aangezien zo goed als alle observaties in dezelfde richting wijzen, doe ik het toch: de meeste Russinnen lopen op stiletto’s, en ze zijn er ongelooflijk goed in.  Wij toeristen op platte schoenen moesten ons best doen om niet te veel te struikelen over de soms erg slechte voetpaden, met veel barsten in . En dan heb ik het nog niet over kasseien. Maar de Russische jongedames, die kunnen zelfs achterwaarts wandelen op hakken die meer weg hebben van tandenstokers, en ze blijven niet steken in de spleten van het trottoir. Respect.

Voor iedereen die een kaarsje wou branden opdat we veilig zouden terugkeren: onveilig voelden we ons er niet echt. Een zekere voorkeur om niet bestolen te worden heerste wel, maar daar bleef het bij. Al gaf Niels wel meermaals aan dat hij nooit alleen naar Rusland zou willen gaan: hij kent de taal immers niet. En het is wel zo handig als je begrijpt wat de norse kassiersters je toeroepen [al wil je dat soms niet weten], of wat de onvriendelijke buschauffeurs blaffen. Onvriendelijkheid is dus helaas troef bij bedienden. Het is onbeschrijflijk hoe gruwelijk sloom en onbeleefd de vrouw bij de visumcontrole in de luchthaven was. Onbeschrijflijk, maar voor wie er zich een beeld van vormen, kan ik het op vraag altijd even voordoen. Let wel: die onvriendelijkheid staat in schril contrast met de gastvrijheid van Russen hoor. Als je ze leert kennen, is het iets heel anders.

Sint-Petersburg kent veel verkeer, wat de stad nogal stoffig maakt. Doe dus niet zoals wij: leun niet tegen een brug. (“Hé Beeleke, uw jas is vuil!” … enkele seconden om tot inzicht te komen… “Euh mensen… we zijn allemaal smerig.”) Gebouwen kunnen er heel vuil uitzien – behalve als de gebouwen belangrijk geacht worden. Want er zijn erg mooie gebouwen. De Neva-rivier die door de stad stroomt zorgt voor mooie uitzichten. Op veel plaatsen staan kerken, binnenin rijkelijk versierd. Kerken als deze [http://www.sacred-destinations.com/russia/st-petersburg-church-of-savior-on-blood.htm] met van die typische Russische torentjes… En dan is er nog het gigantische Hermitage-museum, waar je uren in kan rondwandelen tot je besluit dat je weer genoeg kunst gezien hebt voor de komende jaren. Er zijn de wondermooie paleizen en parken van de tsaren, zoals ‘het Russische Versailles’ Peterhof, en het paleis van Catherina de Grote in het nabijgelegen dorp Pushkin. De lente is er nog niet doorgebroken – de vijvers waren nog bevroren en de fonteinen werkten nog niet – maar we kunnen ons inbeelden dat de parken rond de paleizen wondermooi zijn vanaf mei/juni.
En naast al dat moois is er ook nog voldoende geks, zoals de Kunstkamera: het museum van etnografie en archeologie, met o.a. een uitgebreide collectie misvormde foetussen, lichaamsdelen en gemuteerde veelhoofdige dieren op sterk water. Ik zei gek, niet sfeervol.

Culinair Sint-Petersburg kan samengevat worden in 1 woord: sushi. Overal, overal sushi. En als het geen sushi is, dan is het wel… een Japans restaurant, met sushi. We probeerden alvast de niet-sushi uit, maar waren nogal ontgoocheld (lees: hongerig) door de kleine porties. Gelukkig is er voor zo’n situaties altijd nog dé oplossing: de Teremok, een keten van pannenkoekenkioskjes (mooi woord, niet?). Met grote hartige of zoete pannenkoeken.

Om nog eens een cliché te bevestigen: ja, het was koud in Rusland. Hier en daar lag er nog sneeuw, er dreef ijs in de Neva, vijvers en de hele Golf van Finland waren nog bevroren en de felle wind kon ons het leven bijzonder zuur maken. En toch viel het nog wel mee. Veel zon en geen regen maken veel goed. En buiten kan je afkoelen, want binnen is het doorgaans te warm: het is niet ongewoon dat je in een Russisch appartementsgebouw de verwarming niet kunt uitdraaien. Groene zieltjes mogen even niet verder lezen: de enige temperatuurregeling die je hebt, is het venster dat je kan openen en sluiten. Verwarming wordt centraal geregeld en die staat in de winterperiode voltijds aan.

Terug naar de rubriek vervoer. Neem geen taxi. Wij konden op geen andere manier van de luchthaven naar Huize Martijn-Tine-Ola geraken na aankomst, maar… neem geen taxi. Of kies een oud uitziend opaatje als chauffeur. Niet iemand die houdt van snelheden die beginnen vanaf 140. En die aan zo’n snelheden ook door smalle poortje rijdt en bochten neemt. We hebben niet in onze broek gedaan, wil ik toch even melden, maar het was één van de langere twintig minuten in ons bestaan. Toen de chauffeur nog begon te bellen en muziek opzette tijdens zijn rally/rit naar huis, werd het toch wel erg hallucinant. De man werd overigens halverwege aangehouden wegens te snel rijden, maar na een boete van zo’n 8 euro later kon de taxi weer vertrekken. En ja, dat kwam wel vaker voor, dat hij boetes kreeg. En ja, omkopen gebeurt ook regelmatig. Met dank aan vraaggrage Martijn om deze informatie even bij de chauffeur los te peuteren. En vooral met dank aan onze beschermengel die ons 20 minuten lang heeft bijgestaan.

Dan rest er nog de vliegreis huiswaarts. Want vliegen is toch altijd een beetje reizen. Onze busrit naar de luchthaven van Sint-Petersburg werd… geur bijgezet door een man die zich kennelijk niet bewust was van de aanwezigheid van stront op zijn broek. Dit welriekende gegeven volgde ons tot in de luchthaven, en bij zijn binnenkomst daar zag je een kleine wave van mensen die spontaan hun neus vastgrepen. Gelukkig raakten we onze aromatische vriend daar kwijt.
Dat terzijde – want de belangrijkste vaststelling op de luchthaven was wel het veilige gevoel dat we er hadden. Topcriminelen Niels B. en Liesbeth K. werden er aan maar liefst drie bijna dezelfde controles met detectoren onderworpen. Eerst alle bagage en jezelf, dan nog eens alle bagage en jezelf na een beetje aanschuiven, en dan aan de gate nog eens je handbagage en jezelf + sowieso nog even fouilleren. En bij de transit in München wachtte er ons… nog een detector om door te lopen. Want wie weet hadden we in de lucht op weg naar München al explosieven ineen kunnen knutselen? [Tip voor reizigers: doe gewoon geen riem aan.]
En vluchten zijn geen echte vluchten zonder bizarre medepassagiers. Schuin voor ons zat een ietwat omvangrijke man (understatement) die vanaf seconde één aan het snurken was. Niet licht ronkend, maar echte luide ‘grwoaaaaaaaaaaaarfghnagna’s zoals je ze meestal vooral in films hoort. De attente Lufthansa-steward voorzag gelukkig oordopjes voor de onfortuinlijke buren.

Dankbetuigingen: deze reis werd mede mogelijk gemaakt door  Martijn, Tine en Ola die ons in huis namen en ons gastvrij van bed en pannenkoeken voorzagen. Door Anna, die ons door Peterhof gidste en ons niet met een lege maag naar huis liet gaan. Door het consulaat en de ambassade om ons een visum af te leveren. En door de Milka-chocoladestand met kleine gratis ‘staaltjes’ op de luchthaven van München waar we elk uur ‘toevallig’ langs  wandelden, wat zin gaf aan ons wachtende bestaan.

Tot slot de wijze vertaalde woorden van de grote Russische dichter Tjoettsjev, die soms wel erg toepasselijk zijn:

Op Rusland krijgt het brein geen vat,
zij gaat gewone norm te boven:
zij meet zich met een eigen lat.
In Rusland kan men slechts geloven.

Vrolijk Pasen!

21 februari, 2011

To Russia with (my) love – en andere Slavische vooruitzichten

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 5:13 pm

Een nieuw jaar, tijd voor nieuwe avonturen! Ook dit jaar zal Limburg niet het verste punt oostwaarts worden: op het programma staan:

1. april 2011: 5 dagen op bezoek in Sint-Petersburg

2.  juli 2011: 7 dagen reizen in Zuid-Polen (Jaja, ik voel die grapjes over noord- en zuidpolen alweer komen!)

3. augustus/september 2011: 2 maanden stage op Pools grondgebied in Brussel: de Poolse ambassade in Etterbeek. (Hierover zal helaas niet geblogd worden, om redenen van geheimhouding. Helaas. Maar nodig mij gerust uit voor een warme chocomelk of ander fraais om de grote verhaallijnen te aanhoren over  mijn wedervaren!)

Laat ik alvast met dat eerste beginnen. Vooraleer je Rusland binnen mag, heb je een visum, uitnodiging, ziekteverzekering, geld, pasfoto en paspoort nodig. O ja, en geduld. Laat ik alvast even wijzen op de gestoordheid van de bureaucratie: “Inwoners van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen en inwoners van Oostende en Zeebrugge (!!) moeten zich wenden tot het consulaat-generaal in Antwerpen.” O wee ons gebeente als wij, inwoners van die ongure streken, een voet zouden wagen in de ambassade in Brussel, waar alle andere Belgen en zelfs buitenlanders om hun visum mogen/moeten gaan. Er zat dus niets anders op dan Niels aan de Nederlandse Beeleke [vriend van Martijn, lid van ons ontvangstcomité aldaar, nvdr] toe te vertrouwen en hen samen naar Brussel te laten vertrekken, snif. Toen hij die ochtend om 7u12 de deur uitging… draaide ik mij heerlijk nog eens om in bed.  ;)

Enkele uren later hoorde ik bij Niels’ terugkeer verhalen over hoe die clichés toch allemaal blijken te kloppen. Lange wachtrijen, Russen die allemaal voorkruipen en elkaar in het Russisch vanalles toeroepen. En dan meer dan een uur wachten om in een louche bunker binnen te mogen, waar een aan alle stereotypen voldoende Rus met sigaret half uit de mond dan wat dingen mompelde in het gebroken Engels. Soit, ik heb het maar van horen zeggen – en het belangrijkste is dat ze uiteindelijk allebei hun ticketje gekregen hebben, om deze/volgende week nog een keertje terug te komen om paspoort en visum. Deel 1 geslaagd.

Door de segregatie ‘Oost-Vlamingen elders’ moest ik moederziel alleen aanschuiven aan het Consulaat in Wilrijk, snif. (Graag een minuutje medelijden.) Anders dan in de ambassade begint men daar pas te werken om 10u. Om 9u20 stond er zelfs nog geen lange rij: de volle 1 persoon. En 6 mensen in een geparkeerde auto – groot gelijk: veel warmer. En langzaam maar zeker kwamen er nog wat mensen aangedropen. Ik heb maar niet gevraagd welke van hen die geïsoleerde stakkerds uit Oostende of Zeebrugge waren die niet met hun provinciegenoten naar de hoofdstad mochten komen. Tegen kwart voor 10 stond het voetpad dan toch vol en al snel werd er gezelligheidshalve  wat heen en weer gepraat. Rond mij stonden drie ‘echte’ Belgen, en één olijke vrolijke Russin. Met een heerlijk warme en bijzonder pluizige bontjas viel ze direct op, en met haar vrolijke gekwetter even later nog veel meer. Zo sprak ze de wijze woorden: “Wanneer je koud hebt aan die voeten, het is goed van die bakjes te gebruiken van de Chinezer.” Voor de goede verstaander: bakjes van de ‘meeneemchinees’. Zou goed isoleren. Bij deze aan u allen: zeker eens proberen! :)

Om klokslag 10uur… gebeurde er niks. Of wat had u gedacht? Omstreeks 10u15 mochten alle mensen met blauw ticketje binnen: de gelukkigen die hun visum kwamen afhalen. Even later werden ook alle Russen binnengelaten: eerst diegenen met een geel papiertje, dan diegenen met een kindje en dan… ach kom, ook even de andere Russen binnenlaten, al kon hij niet direct een reden bedenken. En toen mocht ik als eerste niet-Russin zonder blauw ticketje binnen, hiep hoi! Na een uurtje wachten had ik, bij gebrek aan bakjes van de meeneemchinees, toch al bijzonder koude voeten gekregen. Binnen mocht ik… ook wachten, maar dan in een klein kamertje met verwarming. Waar de vrolijke Russin ook nog zat, en mij wist te vertellen dat ze haar bontmantel met haar eerste loon had gekocht. En dat ik zeker genoeg geld moest meenemen naar Rusland, dan kan ik mij er ook één kopen. En dat Sint-Petersburg zo geweldig is – wat ze nogal gedetailleerd allemaal even voor me opsomde. En dat Russen gastvrij zijn. En dat het zo wonderlijk is dat ik zo’n zwarte haren heb en toch heldere ogen. Enz.

Een weinig later was ik aan de beurt. Voor de man achter het loket iets onaardigs zou kunnen zeggen (Russische ambtenaren brommen immers graag), gaf ik snel mijn papieren af, er in het Russisch bij vertellend wat het allemaal was. Vooral omdat ik bang was dat ze mijn foto misschien niet goed zouden vinden: op mijn recentste pasfoto lach ik, maar volgens Russische (en Nederlandse) normen mag dat niet. Dus had ik er ook eentje bijvan 2 jaar geleden, waarom ik als een gangster kijk en vooral niet lach – maar recent kan je die foto niet noemen. De man achter het loketje was zo blij dat ik Russisch sprak, en vroeg of ik dan geen les had van Waegemans, ‘de man met de baard’ (= zijn woorden), waarbij hij de foto maar half bekeek (= missie geslaagd – hij ging voor de gangsterfoto). Even later mocht ik betalen, nog even wachten op een ticketje bij de vrolijke Russin, en toen kon ik koers zetten met bus, trein en trein naar Leuven om de nieuwe week te beginnen. Volgende week maandag mag ik teruggaan om alles af te halen, maar deze keer met een blauw ticketje!

De volgende post zal wellicht volgen in april, na ons verblijf bij het gastcomité, bestaande uit 2 ex-studiegenoten/slavisten en een alleraardigste Russin:
- Tine, een experte in het tekenen van vlinders, fietsen met paraplu, positionering van strandstoelen in de stadskern en het scheppen van orde.
- Martijn, mijn privé-exporteur van stroopwafels, pepernoten en andere spullen uit zijn thuisland, overigens één van de snelste eters die ik ken, met om het even wie een uurtje kan staan kletsen en die een  prominent plaatsje heeft verworven op onze zolder.
- Anna, de eeuwig optimistische Russin, die op een dag vermoedelijk het wereldrecord wafels eten  zal verbreken en een trouwe fan is van Leuven, waar ze vorig jaar op Erasmus was.

Medereizigers: Niels en Beeleke (al gaat zij voor een beduidend langere periode)

Wordt vervolgd!

Belangrijk is wel dat inwoners van de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen en inwoners van Oostende en Zeebrugge zich moeten wenden tot het consulaat-generaal in Antwerpen.

27 augustus, 2010

Over een aangenaam afscheid, een GPS in de bergen, proppen tot je erbij neervalt en een veilige terugkeer

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 4:19 pm

Intussen ben ik alweer bijna twee weken terug, maar onder het motto ‘Wat je begint, moet je ook afmaken’ zal ik nog even over mijn laatste week in Polen berichten.

Na het vrolijke Vikingweekend restten mij nog twee werkdagen alvorens ik naar het zuidwesten van Polen zou terugkeren. Op maandag deed ik alvast enkele inkopen (water, voedsel en lectuur) voor de lange treinreis (9u) van woensdag en uiteraard ging ik ook een treinkaartje kopen. Altijd een avontuur natuurlijk! Neem nota van het feit dat:

a) ik alle gegevens van de rit had geprint van de website, kwestie van niet weer één of ander ongeldig ticket voor een andere trein te krijgen;

b) het 16u30 was;

c) ik een kaartje wou kopen voor de trein van woensdagochtend.

Uiteraard was dat niet in 1-2-3 gebeurd. Neen, in plaats van aandachtig naar het papier te kijken, vroeg ze toch nog maar eens naar de bestemming en overstapplaats. En het vertrekuur. Ik keek op het papier dat ze in haar hand had en las het voor… Uiteindelijk printte ze het ticket, om dan te vragen: dat was toch voor vandaag? Uiteraard: ik wil graag vier uur geleden met de trein vertrekken. Zucht. – Kon ik dat dan niet zeggen, dat dat niet voor vandaag was? … Tsja, het stond ook alleen maar op papier en logisch denken doen we niet. Een nieuw ticket printen duurde dubbel zo lang (met extra veel zuchten) en gelukkig heb ik de prijs ook eens goed gelezen op het ticket en het correcte wisselgeld teruggevraagd. Eind goed, al goed.

Voorts waren er de laatste dagen weinig noemenswaardige incidenten en de Duitse vertaling van de website (een heus levenswerk van 59p. in lettertype 10 in Word) is tijdig afgeraakt [update: inmiddels online: http://www.miedzyzdrojespa.pl/de  - al ben ik niet verantwoordelijk voor de aanbiedingen die vanaf oktober nog verschenen zijn]. We hebben mijn afscheid zeer degelijk gevierd en mijn grote cadeauverpakking Poolse chocolaatjes paste gelukkig nog net in mijn koffer! [Al moet ik eerlijkheidshalve toevoegen dat het Poolse chocola was en die mij niet zo goed bevallen is. Maar kom, het is het gebaar dat telt.]

Op woensdagochtend liet ik het SPA-hotel achter mij en vertrok met de trein naar een oord met beduidend minder muggen (want die laatste week waren ze echt overal geweest!): Legnica, zo’n75km van Wrocław, de thuisbasis van Kasia W. Ook Agnieszka J. was uitgenodigd – vanaf Wrocław reed ze met mee. Nu ja, rijden is veel gezegd… ze stond bij me op het perron, want we hadden onaangekondigd een half uurtje vertraging. Het was afwachten of de trein niet gewoon was afgeschaft, want mededelingen kwamen er niet… Maar uiteindelijk kwam hij dan toch en waren we tegen 22u in Legnica. We werden er vorstelijk met de auto afgehaald door Kasia en haar vader, handig! En toen begon onze… zeer gevulde tweedaagse in Legnica! (In ALLE betekenissen van het woord)

Eén voet over de drempel en we roken al dat er nog een avondmaal op ons stond te wachten. Een berg zapiekanki (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zapiekanka) en versgemaakte barszcz (rode bietensoep). Om van de lekkere pralineachtige chocolaatjes met gekleurde bolletjes nog maar te zwijgen. Goed dat wij zo beleefd zijn en van alles wat gegeten hebben, maar wat zaten we vol achteraf! En dat was een tendens die de komende dagen zou overheersen… Op donderdagochtend stonden we vroeg op om na het ontbijt naar Karpacz te vertrekken, in de bergen (Karkanosze/das Riesengebirge: een gebergte op de grens tussen Tsjechië en Polen). Avontuurlijk was het wel, met de auto door de bergen, zeker omdat de GPS ons over paden stuurde die ik normaal ‘fietspad’ zou noemen (de wandelpaden die hij aangaf, werden gelukkig wijselijk genegeerd). Met de nodige gigantische putten in de weg, steile hellingen en tegenliggers om het geheel helemaal spannend te maken. Maar het moet gezegd worden: Kasia’s vader is een zeer goede chauffeur!

In Karpacz staat een oud Noors houten kerkje, Wang, zoals het vikings betaamt zonder een enkele spijker vervaardigd, en aangezien we in de bergen waren, was het uitzicht erg mooi. Omdat een gast natuurlijk nooit honger mag hebben, gingen we voor we terug naar Legnica reden snel nog pizza eten. Gelukkig waren we al ingelicht dat er bij thuiskomst een berg pierogi op ons stond te wachten, dus Agnieszka en ik deelden wijselijk een pizza. Het bleek een verstandig besluit, want de pierogi (amper 1.5u later) waren lekker en talrijk. Als goede gaste en pierogiliefhebber heb ik er zoveel mogelijk binnengewerkt, kwestie van het bord leeg te krijgen (want pierogi gooi je niet zomaar weg!). En ondertussen weerklonk al de vraag wie er soms zin had in een ‘stukje’ cake? Uiteraard was dat een voldoende dwingende vraag – temeer daar de cake er bijzonder lekker uitzag – en ‘stukje’ zou beter vervangen worden door ‘enorm blok’. Héél lekker natuurlijk, maar vraag me niet hoe we erin geslaagd zijn dat nog binnen te werken!

Na al het geprop was het tijd om het centrum van Legnica eens te gaan ontdekken. Veel historische gebouwen, een hele mooie kathedraal en voor bijna ieder huis een (levende) kat. Wat deed het goed om een beetje te bewegen na al dat eten – al moesten we ‘absoluut’ ook een ijsje eten bij een bepaalde ijstent. ‘Ijsje’ bleek ‘enorme ijscoupe’, maar ach, we zijn ruimdenkend… Bij thuiskomst echter wachtten ons… nog pierogi. Er waren er immers nog veel over! Wat we niet meer op kregen, moesten we dan maar meenemen naar Wrocław ’s anderendaags. Op de vraag of we nog een blok cake wouden, klonk ons ‘nee’ voor één keer gelukkig voldoende resoluut om overtuigend te zijn. *plof*

Vrijdagochtend in Legnica: ontbijt met … pannenkoeken. Heel lekkere pannenkoeken met gedroogde krieken en/of suiker. We aten duidelijk niet snel genoeg: het bord geraakte nooit leeg. Of misschien bakte Kasia’s moeder gewoon erg snel? Na een exemplaar of vijf per persoon vroeg ze zowaar of ze er nog moest bakken… Kasia en Agnieszka zeiden zeer snel ‘nee dank u’ en  – vol moed en zelfopoffering – zei ik dan dat ik die laatste pannenkoek (die nog eenzaam op het bord lag) wel zou opeten. U raadt het al: fout begrepen: ze bakte er nog een nieuwe. Slik.  Zodra we ons weer konden bewegen, gingen we naar het ‘Meeuwenreservaat’, een groot meer, waar we rondgewandeld zijn. De wolken zagen er spectaculair en dreigend uit, maar op een paar druppeltjes na viel er geen regen.

Moet ik wat volgt nog beschrijven? U vermoedt het vast al : bij onze thuiskomst stond er soep op ons te wachten: tomatensoep met rijst in. Agnieszka nam zowaar een tweede bord en verdient mijns inziens een medaille voor moed. Want in de oven stond ook nog… een warme middagmaaltijd. Het spijt me zeer, liefste lezer, maar het is ons niet gelukt om de hele ovenschotel met kip en gebakken patatjes helemaal binnen te werken. Onze inbreng was zelfs erg beperkt – maar ik neem aan dat dat niet zo verwonderlijk is. Hier gaven wij ons over (niet fout begrijpen: overgegeven hebben we niet). En toen was het tijd voor de trein naar Wrocław.

Die halve dag in Wrocław ging snel voorbij! Mijn voormalige kotgenotes nog eens bezocht, nog wat rondgelopen in de stad, in de gietende regen gelopen (helaas), een goede dikke chocolademelk uitgelepeld, Ewa uit Krakau van de late trein gehaald en… het was alweer nacht. Een hevig nachtelijk onweer en een dutje later was het zaterdagochtend. Tijd voor mij om terug naar huis te gaan!

Einde dus van het Polenavontuur. Wanneer deze blog weer verdergezet wordt, is nog niet bekend!

8 augustus, 2010

Over modeshows, de Slavische gastvrijheid, een groen kampvuur en Vikings in de regen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 10:20 pm

Vorige week zaterdag ging ik met Magda (van de receptie) een stapje in het avondlijke Międzyzdroje zetten. We hadden van ’t hotel gratis inkomkaartjes gekregen voor het Amber Baltic Hotel (4 sterren), waar die avond een fancy jazzavond (live) plaatsvond, gevolgd door een modeshow van enkele ‘bekende’ Poolse ontwerper. Met veel zijde en veel juwelen en vooral heel smalle, niet-glimlachende modellen. We kregen zowaar gratis drank! Heel lang zijn we echter niet gebleven, want we hadden nog afgesproken met een vriendin van Magda en een vriendin van een vriendin van Magda. Gezellig!

Na zaterdag en zondag volgden weer ‘normale’ werkdagen, doorgaans van 8u tot 16u, van maandag tot donderdag. Deze week waren mijn vrije dagen immers vrij- en zaterdag. De week zag er een beetje hetzelfde uit als vorige week, met hier en daar eens een uitnodiging om met deze of gene iets te gaan drinken. De Slavische gastvrijheid gaat soms toch ver hoor – Bożena (masseuse van achter in de vijftig, gok ik) ging mee naar de post, nodigde mij uit voor ’n koffie (lees: chocomelk en ’n ijsje), vertelde heel haar levensverhaal, wou daarna haar huis nog tonen, bleef mij maar thee aanbieden, verzon samen met haar vriend alle mogelijke vragen over België en uiteindelijk werd ik zelfs nog terug naar het hotel gevoerd ook. Wel mooi meegenomen, want er was een heuse stortbui uitgebroken. In een mum van tijd stonden alle straten half onder water. Voetgangers hadden wijselijk hun schoenen uitgetrokken, want het water kwam min of meer tot aan de knie. Kleine meertjes overal op straat – straf dat de auto er nog door kon rijden!

Het regenweer is sindsdien regelmatiger aanwezig geweest, maar gelukkig niet teveel op momenten dat ik naar het strand of op wandeling ging. Donderdag ben ik na het werk nog naar ‘Kawcza Góra’ (Kawka = een kauw; Góra = berg) gewandeld, een uitkijkpunt… maar ik heb de indruk dat Polen daar iets anders onder verstaan. Er was namelijk niet echt veel uitzicht: door de bomen kon je een beetje de Baltische Zee zien…

Vrijdagochtend na het ontbijt vertrok ik met zeven zonnen naar de naburige stad, Świnoujście (Swinemünde), op de grens met Duitsland. De stad is gelegen op 44 (!) eilanden, die je weliswaar alleen met een kajak of ander bootje kunt bekijken. Het grootste deel van de stad ligt weliswaar op twee grote eilanden, die je kunt bereiken met een veerboot die om de 20 minuten gratis van de ene naar de andere kant vaart. Wat direct opviel: a) de stad is wel wat groter dan Międzyzdroje, vooral ook met grotere winkels; b) het is er vergeven van de muggen. Een boekverkoop ‘een boek voor een złotówka’ (dus voor ong. 25 cent) zag er erg aanlokkelijk uit, maar terwijl je stond te kijken, zaten er direct drie van die ondieren te zuigen… dus geen boek gekocht. Voor de rest is het een leuk stadje, met veel bloemen en een groot, breed strand en een groot park. Er is ook een hele grote vuurtoren met naar het schijnt een mooi uitzicht, maar die was nog 6km verderop en daar had ik helaas geen tijd meer voor. Om 14u kwam immers Owidiusz (kelner in het restaurant) met zoontje Kacper en broer Mateusz met de auto voorbij om mij mee te nemen naar Wolin, een stad in de buurt, waar van vrijdag tot zaterdag het Internationale Festival van Vikings en Slaven plaatsvond.

Onderweg naar Wolin begon het alweer te gieten, dus die dag was het niet meer echt de moeite om nog naar de Vikings te gaan kijken. Het plan van die avond was namelijk een grote barbecue bij Olga (zus van Owidiusz; werkt ook in het hotel) en haar vriend, met nog een hoopje mensen – alles samen waren we met een stuk of 12 à 15. Het bleef de hele avond wonderwel droog (behalve voor de dapperen die besloten in het zwembad te springen) en afsluitend was er een kampvuur. Met de obligatoire patatten en worstjes die erin geroosterd werden. Heel leuk! En zo heb ik ook eens groen vuur gezien. Want dat krijg je blijkbaar, als je plastiek in het vuur gooit? :)

’s Anderendaags, zaterdag, gingen we ’s ochtends al vrij vroeg naar het Vikingdorpje, om de massa’s voor te zijn. Overal stonden van die Asterixhutjes en tenten, met verklede mensen die allerlei soorten handwerk, potten, vuurtjes of muziek maakten… Er waren ook ensceneringen van gevechten – en de spelers gingen er nogal in op, had ik de indruk, want er werd wat op losgehakt! In vorige edities zijn er al wat vingers afgehakt en andere ongezellige en ernstigere ongelukken gebeurd, hoorde ik… Hmm… De verklede mensen kwamen van overal in de wereld, volgens de brochures, maar ik heb toch nergens iets Nederlands of Frans gehoord. Wel Russen en Scandinaviërs, wat gezien de thematiek van het festival niet zo verwonderlijk was, misschien? De meesten zagen er zo fanatiek uit (met lange haren of raar geschoren kapsels) dat ik me afvroeg wat die in het normale leven doen?

Tegen 14u. gingen we met het hele gezelschap (ook Ania en Tomek uit Szczecin en Natalia-van-de-receptie bleven bij Owidiusz slapen) terug naar Owidiusz thuis, vlakbij het festival. We waren nog maar net binnen of het begon weer te gieten! Een algemene siësta volgde, want niemand was echt uitgeslapen – het kampvuur was niet bepaald om 22u gedaan. Voor iedereen die niet als een blok in slaap viel, werd de pauze gevuld met een film (Vantage Point, een aanrader!), met Poolse lector uiteraard. Daarna volgden nog pannenkoeken, dus de regen was niet in staat om de namiddag te verpesten! Om 19u werd nog een poging ondernomen om terug te keren naar het festival, maar door kou en regenweer zijn we er niet lang gebleven. Het concert en vuurwerk van die avond vielen dus letterlijk in het water, maar zo’n ramp was dat nu ook weer niet. Het was leuk geweest, en op zondag moesten we vroeg op: Owidiusz moest om 7u terug in het hotel zijn, en ik reed nu eenmaal mee… Ik kon daarna gelukkig nog wa slapen… Nu ja, na het kwartiertje zoeken naar de sleutel, die Karolina (die naar een trouwfeest is) aan de receptie had achtergelaten. En die we uiteindelijk bij de verloren voorwerpen teruggevonden hebben. Eind goed, al goed!

Zondag was weer een werkdag (14 tot 22u), en nu is er nog maan- en dinsdag over. Woensdagochtend vertrek ik: dan ga ik naar Kasia in Legnica (niet ver van Wrocław), als het daar tegen dan tenminste niet overstroomd is! Wordt vervolgd…

1 augustus, 2010

Z tej strony recepcja Spa Bagiński & Chabinka, w czym mogę pomóc?*

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 8:56 pm

Geen zomercursus in Slowakije voor mij dit jaar: in plaats van hele dagen te zitten en te luisteren, wou ik wel eens wat actiever zijn. Het plan lijkt verdacht veel op eerdere ondernemingen: 3 weken werk (voor kost en inwoon) in een Pools spa-hotel aan de Baltische Zee, meer bepaald in Międzyzdroje, niet zo ver van de Duitse grens.

Om één of andere reden ben je er met de trein sneller vanuit Wrocław dan vanuit Gdańsk (werp eens een blik op Google Maps en wees verbaasd). Bijgevolg kon ik van de gelegenheid gebruik maken om nog eens dag te zeggen aan ‘oude’ bekenden, weliswaar maar een halve dag, alvorens ’s anderendaags verder te reizen naar het noorden.

De vlucht, op 24 juli (met een uur vertraging) was vreselijk: één en al turbulentie. Een geluk dat alle maaginhouden op hun plaats gebleven zijn, want er waren geen zakjes te bespeuren. Het weer was uiteraard de schuldige en er zou die dag nog heel wat regen vallen. Gelukkig waren Agnieszka en Kasia er nog, samen met een goede portie pierogi, om het slechte weer en het meer dan onbehulpzame personeel achter de loketten in het station te compenseren! We zijn erin geslaagd om mij een treinticket naar Międzyzdroje te kopen en het werd nog een leuke dag.

Zondag 25 juli was een lange dag: we moesten opstaan om 6u45, want gastvrouw Agnieszka had een bus huiswaarts omstreeks 7u30. Mijn trein was om 8u55 en Kasia zou een tiental minuten later naar haar thuisbasis Legnica terugkeren. Intussen kwam er het verontrustende bericht binnen dat het station van Poznań was overstroomd. Treinen die daarvandaan kwamen, hadden tot 3u vertraging. Dat beloofde niet veel goeds voor mij? Er bleek echter geen reden tot paniek: de treinreis verliep rustig en na 6u45 kwam de trein stipt aan. Met mijn plannetje in de hand vond ik twee kilometer later mijn thuisbasis voor de komende drie weken: SPA Bagiński & Chabinka.

Ik kreeg direct een minirondleiding en per locatie werd ik voorgesteld aan het aanwezige personeel. 2 Karolina’s, de obligatoire Kasia’s en ‘n Agnieszka,… Veel personeel (en ook nog veel nieuwe gezichten de volgende dagen), van alle leeftijden. Mijn roommate, Karolina, bleek heel aardig, weliswaar met veel te veel make-up – ze werkt natuurlijk op de cosmetica-afdeling – en onze kamer is best gezellig. Ze woont hier al twee jaar en heeft dus veel tijd gehad om veel spulletjes aan te slepen. Voorts werken er in de keuken nog twee broers van mijn leeftijd, Mateusz en Daniel, en Darek van de cocktailbar zal ook niet veel ouder zijn. Iedereen is in elk geval erg aardig en verwonderd dat iemand van België naar Polen komt in plaats van omgekeerd. :-) Ook het eten is lang niet slecht, al zijn de uren wat eigenaardig: ontbijtbuffet om 10u15, soep om 15u30 en avondbuffet om 19u10. De gasten van het hotel eten natuurlijk op iets normalere uren. :)

Ik werk dus aan de receptie van het hotel, vijf dagen per week, en mijn werk bestaat vooral in gasten inchecken, reservaties invoeren en nakijken, ‘kuuroordtaks’ berekenen (geld voor de stad), telefoons aannemen, antwoorden op alle mogelijke vragen, sleutels aangeven/aannemen… en dat alles in het Pools en in het Duits. Bovendien krijg ik geregeld eens een blad papier in mijn handen om naar het Duits te vertalen. Wat goed is, want soms zijn er weinig telefoons en gasten en vragen en moet je even een uurtje met je duimen draaien. Bovendien heb ik de opdracht aangenomen om de website (www.miedzyzdrojespa.pl) naar het Duits te vertalen, want voorlopig is die nog eentalig Pools. Dat zal nog wel eventjes duren, want het is nogal een omvangrijke site! Het lijkt in elk geval nuttig, want een groot deel van de gasten komt uit Duitsland, weliswaar via reisbureaus. Individuele klanten kunnen bij gebrek aan Duitse website moeilijk iets boeken, uiteraard. Naar het Nederlands mag ik de site niet vertalen, want a) hier spreekt men alleen Pools en ietwat verwrongen Duits en dus zeker geen Nederlands of Engels, en b) ze willen ook geen hele horden ‘Hollanders’ over de vloer. :)

Tussendoor kan ik voor of na het werk naar believen naar het strand om de hoek, en baden in de verrassend koude Baltische Zee. Mijn eerste twee vrije dagen heb ik gespendeerd aan overvloedig gewandel, vooral zaterdag dan: een tochtje naar het Turkooizen Meer (jezioro turkusowe) dat de 22km (+ uurtje verdwalen) wandelen naar boven en naar beneden door het bos zeker waard was. Foto’s volgen vast nog wel eens een keertje. Ook mooi was het uitkijkpunt over de delta van de Świna-rivier, niet zo ver daarvandaan. Op zondag heb ik dan een bezoekje gebracht aan het ‘bizonreservaat’, met naast bizons nog zeearenden, herten, wilde zwijnen en nog ’t een en ’t ander, maar eigenlijk niet zo heel veel. Gelukkig was er een schattig klein… zoogdiertje (geen idee wat het net was) dat met de papfles melk kreeg, zeer schattig!

*Openingszin aan de telefoon (iets ingekort)

26 juli, 2010

Meneer de president, slaap zacht…

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 11:12 pm

Rond de kerstperiode kreeg ik het idee om nog eens naar Polen terug te keren, in de paasvakantie – al bijna een jaar na mijn terugkeer uit Wrocław. Plannen werden gesmeed: drie dagen Wrocław (met vooral Kinga, Kasia en Agnieszka) en drie dagen Warschau met Agnieszka, Agnieszka en Agnieszka. Jawel: ik was omsingeld.

Van 6 tot 9 april ging alles weer even zijn gewone gangetje (weliswaar zonder lessen): door Wrocław kuieren, enkele ongeziene kabouters opsporen, van die dikke warme chocomelk drinken of bier met rare siroop in, ‘oude’ bekenden opzoeken (ook mijn voormalige huisgenoten van de zesde verdieping uiteraard)… De tijd ging verbazend snel vooruit, Kasia moest haar doctoraatsleven in Poznań weer aanvangen en een dag later, op 10 april, ging Kinga terug naar Duitsland en zouden Agnieszka en ik naar Warschau reizen.

De rit begon normaal: we hadden veel plaats in de coupé en er kwam een jongeling ons vergezellen, Krzyś, die uiteraard benieuwd was waarom een Belgische Pools spreekt. En zo kwam er een gesprek op gang… tot  Agnieszka iets voor 10u een sms kreeg van haar zus: Kaczyński, de voormalige Poolse president, zou neergestort zijn en veel ‘belangrijke’ mensen met hem. Ze stuurde onmiddellijk terug om te vragen wat dat voor ’n flauwe grap was? Krzyś ging toch ook maar eens bellen, maar… het net was overbelast. Een blik op de gang leerde dat veel mensen op de trein hetzelfde aan het doen waren. Zou er dan toch iets van waar zijn?

Langzaam maar zeker stroomden de berichtjes toe en Krzyś was duidelijk danig onder de indruk, want de rest van de reis heeft hij de hele tijd staan bellen en lopen ijsberen door de gang. Van Agnieszka kwam ik te weten dat er dus een vliegtuigcrash geweest was, er kwamen namen van overledenen… en de mededeling volgde dat er een week nationale rouw zou zijn. Nu moet ik bekennen dat ik geen flauw idee had dat zoiets ook gevolgen heeft: alle feestjes, films, theaterstukken,… werden onmiddellijk afgelast – dus vaarwel plan om die avond naar de szanty te gaan… weer mislukt! Café’s waren wel nog open, maar ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat ze de muziek wat aangepast hadden, want ik hoorde toch wel elk uur een keer Tears in Heaven.

Aangekomen in Warschau konden we pas echt zien wat er bij de bevolking leefde. Vooral Agnieszka B. was er erg van aangedaan en iedereen vond het absoluut vanzelfsprekend dat er niet meer gefeest zou worden. Er waren non-stop uitzendingen over de tragedie van Smoleńsk op radio en tv en overal in de stad en in het land werden spontaan missen ingelegd. Zelfs ’s avonds laat nog stonden de mensen tot buiten aan te schuiven! Overal kon je kaarsen kopen (de typische Poolse znicze) en hoe dichter je bij het paleis kwam, hoe groter de velden kaarsen werden. Een massale volkstoeloop was het: overal liep volk over straat en nog diezelfde dag werden er al gratis kranten uitgedeeld.

Ook de volgende dagen ging de rouw door: de volgende dag waren alle winkels gesloten, bijvoorbeeld. Ook werden er minuten stilte afgekondigd in het hele land en werd in de Sejm (het parlement) een rouwregister geopend. Stiekem zagen we hier de kans om de Sejm eens van binnen te bekijken, dus gingen we er ook heen. Er was eerst controle van de identiteitskaarten en bij het zien van mijn groene exemplaar, vroeg de man lachend ‘Co to jest?’ (Wat is dat?). Maar goed, toen hij had ontcijferd wat mijn naam was en wat mijn familienaam, mocht ik toch ook binnen (na een bezoekje aan de metaaldetector).

Het was dus een ander Warschau dan ik al had gezien, maar dankzij de drie Agnieszka’s was het nog steeds een leuk bezoek en leuk weerzien. Monika en Paulina, ex-Eramussers uit Leuven, hebben mij het avondlijke, verlichte Warschau nog eens getoond en ondanks de huiselijke verbouwingen mocht ik weer bij Agnieszka en Pani Ela blijven slapen, die mij zelfs een sleutel van het huis en haar eigen gsm leende toen de mijne vreemde kuren kreeg.

Wat de terugvlucht op 13 april betreft, heb ik geluk gehad: twee dagen later kwam de aswolk!

18 september, 2009

Einde van SAS 2009

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 4:13 pm

De workshop hadden we twee uur op maandag en dinsdag, de hele woensdagnamiddag en ook nog kort na de middag op donderdag. Het was leuk, een toffe groep ook, alleen moet er nog een woordje gezegd worden over Marrrrrc, de ‘aparte’ Fransman. Hij is een dikke dikke man, zijn leeftijd viel absoluut niet te schatten: tussen de 35 en de 55 misschien, met een nogal kinderlijk gezicht. Hij maakte de hele tijd geluiden alsof hij aan het stikken was, net zoals het te dikke minihondje (met zo’n platgedrukte neus) dat we in Wenen hadden gezien. Na het bestijgen van de trappen was hij echt overdreven onappetijtelijk aan het hijgen. De man begreep vooral geen Slowaaks en had dus een permanente gezichtsuitdrukking van onbegrip, en  5 minuten na de feiten verkondigde hij dan ineens ‘aaaaaah’ dat hij het begrepen had en begon het dan ook ineens aan alle andere mensen (die het al lang gesnapt hadden) uit te leggen en te zeggen wat het in het Frans was, wat nogal overbodig was natuurlijk… En vaak herhaalde hij het laatste woord van een Slowaakse zin ook nog even, gewoon, zomaar. Het was heel moeilijk om niet af en toe gek te worden van die man. Zijn Frans accent was ook bijzonder aanwezig in het Slowaaks, nogal hilarisch, maar een scène met hem spelen, dàt was een kunst: hoe verlies je je geduld niet? Bij hem moet je trouwens weten dat je geen water in zijn buurt mag drinken, want anders vraagt hij of hij eens mag drinken en sorry, maar dan wil je die fles echt niet meer terug, ‘t is niet zo appetijtelijk figuur.

Op woensdagochtend was er een examen, eerder een formaliteit en niet al te ernstig te nemen: de punten telden toch voor niets mee. De schrijfopdracht was een beetje stom: ‘mijn grootste droom’ (klinkt eerder als een Miss-Belgiëvraag) ofwel ‘Bratislava en ik’ (of iets dergelijks – en dat moesten we in de inleidende test ook al min of meer schrijven). ‘s Avonds was er de laatste filmvoorstelling, ik bleef hopen op een goede film, maar het was er één die we vorig jaar al gezien hadden, dus daar ging ik niet naar blijven kijken natuurlijk.

Op donderdagvoormiddag grepen we de laatste kans om nog eens te gaan beachvolleyballen met Michi, Tamara en de twee andere half-Slowaken. Een zéér welgekomen verademing! In de namiddag was er dan de Sami Sebe, het free podium, waar alle workshops hun ding zouden voorstellen. Adriana stelde voor dat we geen stuk zouden spelen, maar de verschillende oefeningen zouden voorstellen die we in de les gedaan hadden, dus een stemopwarmingsoefening en dan improvisatie en uitbeelden. Min of meer vastgelegde improvisatie wel, zodat iedereen op voorhand wist wat hij op het podium zou moeten doen, om mislukkingen en gênante situaties te vermijden. Het zat goed ineen en we wisten zeker dat het publiek minstens één keer zou lachen: wanneer Marc een versje (we beeldden een zestal Slowaakse kinderrijmpjes uit) zou voorlezen met zijn geweldige accent.

Het werd goed bevonden en er waren nog een paar andere leuke voorstellingen. Vooral de zang was leuk: ze hadden een andere tekst gezet op een Slowaaks liedje, met véél toespelingen op allerlei dingen en vooral op de mensen van de keuken, die zo weinig mogelijk glimlachen, steeds blaffen om onze bonnetjes te krijgen voor het eten,… en dan hadden ze er nog een geestige choreografie bij met plateaus. De film was ook heel grappig! Het was wel niet zoals vorig jaar dat elke klasgroep die ofelk ‘land’ dat zin had, nog iets deed: er waren maar drie andere acts: een Frans meisje dat zin had om een liedje te zingen, een Russische die een buikdansact opvoerde en dan de drie dikke Fransen (twee mannen en één vrouw) (waaronder Marc) die Les chevaliers de la table ronde zongen, wat gewoon heel grappig was, gezien de pafferigheidsgraad van de zangers. Niets tegen dikke mensen, maar deze waren gewoon… zeer ‘apart’. Het was ook hét moment om even iets te drinken. ;)

Vrijdag was de laatste dag, de formele dag. Jammer genoeg had de prof niet door dat het de laatste dag niet meer de gewoonte is om les te geven, dus we hadden het genoegen om tot het bittere einde Slowaakse woningadvertenties te doorbladeren. Na de middag trokken we met de bus naar de universiteit voor de lange ceremonie – extreem lang omdat het een jubileumeditie was en er moesten zo nodig nog een aantal oude proffen gehuldigd worden – gevolgd door een concert van een vrolijk folkensemble en daarna was er de geweldige receptie, eigenlijk een buffet. Met veel fruit ook, wat ik ondertussen wel gemist had: we kregen één of geen stuk fruit per dag… Ik heb die avond dan ook massa’s fruit binnengespeeld als avondeten, jummie! Na afloop was er uiteraard een feestje en toen kwam er een varkentje met een lange snuit en SAS 2009 was uit.

Zaterdag was een grijze dag: heel de tijd regen, vrijwel iedereen was in de voormiddag vertrokken, maar mijn Ryanairvlucht vertrok pas ‘s avonds… Gelukkig ging de dag uiteindelijk toch voorbij en ‘s avonds laat was ik goed en wel terug in België!

Stop nu allemaal maar met vragen wanneer ik terug weg ben, want ik blijf hier voor onbepaald lange tijd. ;) De blog is bij deze dus ook opgeschort tot nader orde! Al zal ik er dus ooit wel eens foto’ s op plaatsen…

Over de eindeloze excursie, een knalblauwe kerk, tof theater en de reizende Renata

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 4:02 pm

Na het vroege ontbijt om 7u vertrokken we naar červený Kláštor (= het rode klooster), een nogal oud en stoffig klooster, weerom met een gids. Gelukkig kwamen we af en toe ook even buiten voor uitleg, want de zon begon ineens te schijnen en dat maakt zoveel goed. Daarna gingen we varen met een vlot op de Dunajec. Niet al te primitief hoor: speciaal voor toeristen die niet nat willen worden, met bankjes, 12 man per vlot en twee ‘bootvaarders’, die hoogstwaarschijnlijk op uiterlijk geselecteerd worden. Die duwden het bootje dan de hele tijd voort en af en toe kwam er een beetje uitleg. De Dunajec is de grensrivier tussen Polen en Slowakije: de rechteroever was Slowakije, de linkeroever Polen. Zo dichtbij! :) Het was mooi en ontspannend, alleen was 1u30 best lang en tegen het einde hadden we allemaal serieus veel honger. Leuk was vooral onze stalkende eend, die ons minstens 20 minuten gevolgd is, al was er soms nogal wat stroming. Heel schattig om te zien en het beestje werd achteraf ook door één van de medereizigers beloond met een koek – die wij, hongerigen, natuurlijk ook graag gehad hadden. ;) Misschien hadden we ook naast het vlot moeten zwemmen?

De namiddag bracht nogal grijs weer en de honger werd niet gestild: de organisatie van maaltijden liet te wensen over en zij die niks mee hadden genomen van bij het ontbijt (wat we vorig jaar ook gedaan hadden, dus ik en mijn naaste omgeving waren voorzien), moesten honger lijden tot 16u. We reden immers direct verder naar de burcht en het dorpje van Stará L’ubovňa, een dorpje à la Bokrijk. Eerst een gegidste (aaargh!) wandeling door de burcht die echt lang duurde, toen kregen we ineens anderhalf uur tijd om te gaan eten (overdreven lang en het was echt wel koud) en om 18u gingen we dan het Bokrijkdorpje nog eens doorwandelen. Nu vond ik dat niet zo boeiend, want ik had vorig jaar al een soortgelijk dorpje gezien én Bokrijk vroeger ook al, dus ik heb mijn portie oude dorpjes wel gehad. Blij was ik dan ook toen het tijd was om de warme bus op te stappen richting hotel.

Zaterdag had een tof programma: twee uitstappen nog en vooral veel vrije tijd. Dachten we. Eerst gingen we naar een grot, de Važecká jaskyňa (Važec is de naam van een dorpje, jaskyňa betekent grot), die best impressionant was. Vooral toen even het licht werd uitgegaan, om te ervaren hoe het voelt om in een pikdonkere, vochtige grot te zijn , waar het enige geluid het druppen van water is. En de maag van Laura. Fijn natuurlijk dat ik net onder de drup bleek te staan, zeer verfrissend… Het duurde niet zo lang, maar het was interessant. Daarna vertrokken we naar de stad žilina, waar we een kleine 4uur vrij zouden zijn om te eten en te wandelen… dachten we. Onze humorloze, doodernstige hoofdbegeleider, doctorandus Vojtech, had immers besloten dat vrije tijd niet goed is voor ons, dus stopten we onverwacht aan… nog een andere burcht: Strečno. Mét een gegidste wandeling, of wat had je gedacht? En de middagpauze zou dan ook wel volgen tegen een uur of 3, geen zorgen. Na een eindeloos lange wandeling met oneindig veel stops met uitleg waren we blij dat we eindelijk vertrokken. In žilina waren we uiteindelijk 1 uur, dus net genoeg tijd om iets te gaan eten en in vogelvlucht de stad te zien… Een fruitcoupe aardbeien is trouwens geen aanrader in Slowakije: ik kreeg een glas vol aardbeien-uit-blik, een eenmalige en tevens zeer wansmakelijke ervaring.

De excursie eindigde op zaterdagavond en net als vorig jaar was ik toch blij om weer in het instituut te zijn! We hebben mooie landschappen gezien vanuit de bus en de bergen waren impressionant, maar de bus en de gegidste wandelingen waren de oorzaak van de nodige verveling.

Zondag was de tweede (en ook laatste) vrije dag. Geen verre uitstap meer: we wouden eens een dagje niets-doen. Wel zijn we (Laura, de Oostenrijkse Claudia en ik) in de voormiddag naar het centrum geweest om de Modrý Kostol (= blauwe kerk) te zien en die was echt bijzonder blauw! Nooit eerder had ik zo’n blauw gebouw gezien, met blauwe banken en een blVoor natur kan je bauw hek en alles, het was echt grappig/ontstellend. Mijn eerste reactie was ‘waaaaah’, het had iets weg van een Disneylandkasteel. Het lokale kerkhof was het bezichtigen niet waard en het kleine parkje was ook niet zo spectaculair. De banken zagen er alleen vanop een afstandje wit uit. Voor mooie natuur kan je beter gewoon elders in Slowakije zoeken: 50% van het land is bebost!
Na een kleine souvenirzoektocht reden we terug naar het instituut voor het middageten. Daarna gingen we naar het openluchtzwembad, want het was heel warm die dag, maar dat was echt extreem overbevolkt! We vonden nog een plaatsje, maar de anderen van SAS hebben we er niet gevonden.

Op maandag begonnen de workshops, een nieuwigheid sinds dit jaar. We hadden ons op voorhand al moeten inschrijven voor: plastische kunst, zang, moderne dans, volksdans, theater (2 groepen), fotografie of film. Ik had voor theater gekozen. Die workshops zouden dus na de les en voor het avondeten vallen, zodat er van vrije tijd eigenlijk helemaal geen sprake meer was, maar ik vond het wel heel leuk. In het begin vreesde ik er wel een beetje voor, want de motivatie van mijn groepsgenoten was vaak: “er was geen plaats meer bij fotografie/film, daarom ben ik hier”. De lesgeefster was Adriana, een hele vrolijke. We deden vooral dingen van improvisatietheater, zoals in groep de binnentuin leegroven, die vol met waardevolle dingen zou zitten, of de tuin was ineens een gevaarlijk oerwoud, of een donkere grot met veel enge dingen of we waren een standbeeld voor de gesneuvelden van de Slowaakse opstand of… Er was net een symposium bezig over Slowakistiek (wat een woord!) in de wereld, maar al die buitenlandse proffen Slowaaks leken onze rariteiten in de binnentuin boeiender te vinden dan hun lezing…

Op maandagavond zou Renata-de-Pools-Duitse (die ik ken van in Wroclaw) op bezoek komen: ze had Bratislava nog niet gezien en Wenen ook niet, dus zou ze na een trip naar Polen via Budapest naar Bratislava rijden, van daaruit naar Wenen en dan terug naar huis. Ze zou om 22u aankomen, maar ze zat vast aan de grens, haar ticket werd niet geldig bevonden enzovoort enzoverder, dus heb ik alle mogelijke tramuren voor haar opgezocht (er was wel een filmvoorstelling bezig ondertussen, maar die was zoals gewoonlijk nogal slecht) waarop ze van het station richting Damborského (waar’t instituut is) zou kunnen rijden, maar uiteindelijk liep ze zoveel vertraging op, dat ik ondertussen even in mijn bed kroop, om 1u keek ik op mijn klok en schrok wakker: waar was Renata nu? 3 minuten later ging de telefoon, wat mijn roommates mogelijk niet zo leuk vonden, maar het was dan ook niet zo gepland… Ze zei dat ze een taxi zou nemen, er zat niets anders op, en al gauw stond Renata voor de deur! Een leuk weerzien, na bijna twee maanden! Ze had een matje en een slaapzak mee en sliep dan naast mijn bed, niet het toppunt van comfort, maar wel de goedkoopste optie. Omdat we de hele volgende dag les en workshops hadden, ging Renata met haar reisgidsje zelf Bratislava verkennen, na eens goed uitgeslapen te hebben eerst en ‘s avonds ben ik dan met haar en Laura nog naar het mooie avondverlichte Bratislava geweest. Op woensdagochtend reed ze weer verder, na een kort maar fijn bezoekje.

Over coole concerten, een onaangename ommekeer, een belachelijke brug en boeiende bergen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — by liesbeth_k @ 1:42 pm

Op maandag 10 augustus werd de lesdag (9u tot 14u30, dus ‘n half uur korter dan anders) gevolgd door het saaiste seminarie ooit. Een vrouw zou het hebben over folklore en wij verwachtten allerlei leuke weetjes en anekdotes, rare gebruiken, maar ze is in anderhalf uur tijd niet verder geraakt dan het feit dat de Slovaakse cultuur specifiek is om een aantal redenen. *Huivert nog na, meer dan een maand na de feiten* Het deed me sterk denken aan de Bulgakovdag van Slavistiek in Antwerpen, nog zo’n trauma. Soit, daarna was er maar 1u15 meer over voor het avondeten, dus was er niet veel tijd om iets ontspannends te gaan doen. Na het avondeten was er wel een heel goed concert van een onbekende Slovaakse coverband. In de tuin, samen met onze muggenvriendjes, maar het was de moeite!

Op dinsdag vond er een ingrijpende verandering plaats: we kregen (definitief) een nieuwe prof, want de andere moest ergens naartoe. De vrouw in kwestie was ongezien smal (ik had daar steeds extreem ronde professoren gehad) en wat ouder, heel aardig, maar ze onderschatte ons een beetje veel en ze herhaalde alles veel teveel, kortom: het niveau was een pak gedaald en sindsdien zouden er in de namiddag steeds veel van ons naar de seminaries gaan in plaats van naar de conversatieles te komen. Herhalingen van basisgrammatica… het was zeer ergerlijk, maar uiteindelijk hebben we het wel overleefd.

Ook het weer was sinds maandagmiddag sterk omgeslagen, waardoor de vrije tijd tussen les en avondmaal niet aan het zwembad doorgebracht kon worden, toch een beetje een spijtige zaak, een sterke vermindering van het vakantiegevoel. Vorig jaar was het maar één halve dag slecht weer geweest…  Gelukkig was er ‘s avonds nog een concert van nog een andere onbekende Slovaakse band (die geen covers speelde, deze keer binnen.

Woensdagavond had ik afgesproken met Rasto (Slovaakse voormalige kotgenoot in Loyola, die in Bratislava woont) en zijn vriendin, samen met Ania, Anna en Laura, om een lekkere warme chocolademelk (lees: dikke chocoladebrij, gesmolten chocolade eerder, wel heeeel lekker natuurlijk) te gaan drinken in het Aupark (winkelcentrum), waar ze Belgische chocolade hadden. Neen, IK had de locatie echt niet voorgesteld! :)

Die dag was het in Slowakije trouwens een dag van algemene rouw, want op maandag had de grootste Slovaakse mijnramp ooit plaatsgevonden, met 20 doden, zo n 180 km van Bratislava. Omdat Laura op een kamer met tv terecht was gekomen door een kamerwissel, hadden we toen net naar het nieuws gekeken. Ze hadden een animatiefilmpje gemaakt om de chronologie van de ramp duidelijk te maken, maar het was wel wat simplistisch: de 20 mannetjes liepen ‘domweg’ recht het vuur in.

Donderdagochtend was het VROEG opstaan: ontbijt om 6u15 en om 7u15 vertrokken we op excursie voor drie dagen. Er waren vier trajecten en dus vier bussen, ik had weerom gekozen voor trasa B – al was dat natuurlijk niet hetzelfde als traject B vorig jaar: ze hadden bijna allemaal andere bestemmingen uitgezocht. Maar goed, ik ga niet beweren dat de excursie mijn favoriete onderdeel van de drie weken is: heel de dag in de bus zitten en op drie locaties per dag stoppen om even uit te stappen (suf van het zitten en mogelijk ook slapen) en rond te kijken. De groep was echter wel leuk: vrijwel de hele Duits-Zwitserse delegatie was bij B en dat maakte erg veel goed.

Het eerste wat we zagen, was červený Kameň, net iets dat ik vorig jaar al had gezien. Voor meer info: zie blog vorig jaar ;) Deze keer sprak de gids Slovaaks, dus waren we wel al van haar enge enge  accent in het Engels af. Dit was niet mijn favoriete onderdeel van de tocht, maar je kon het programma natuurlijk niet zelf kiezen.
De volgende stop was in Trenčianske Teplice: een kuuroord. Waar we niet binnen geweest zijn, neen, maar we kregen een uurtje vrij wandelen in het ministadje. Het belangrijkste was de Most Slávy (de Brug der Roem), voor het Hotel Slávy gelegen. De brug was vooral minuscuul, het was niet eens duidelijk wat juist de brug was, eigenlijk. Er was wel een reling aan, waarop beroemdheden stonden geschreven die in het hotel hadden verbleven. Op zoek naar iets dat wél de moeite waard was in dit stadje, vonden we een grote vijver met veel eenden en besloten dat dat dan vast het hoogtepunt was. Toen zijn we met een man of 12 snel nog even een terrasje gaan doen en toen moesten we weer verderrijden.
Dé reden waarom ik voor B gekozen had was štrbské Pleso, een groot meer in de Hoge Tatra (een gebergte op de grens tussen Polen en Slowakije, een deel van de Karpaten). Jammer dat we in plaats van de geplande 2u slechts 50 minuten ter plaatse waren. Dat betekent dat iedereen die naar het toilet moest (aanschuiven!), niet volledig rond het meer kon wandelen. Blij dat ik niet één van hen was, want ik vond dit zeker en vast het mooiste deel van de excursie.

Toen reden we naar het hotel in Poprad, ook in de Hoge Tatra, in Hotel Tatry (origineel hé?). Een mooi hotel, maar het kon niet tippen aan dat van vorig jaar, waar we nog een kampvuur hadden gehad en buiten konden zitten, maar het weer was ook niet zo schitterend, dus was het niet onoverkomelijk. Na het avondeten (soep-hoofdgerecht-dessert) vertrokken we met een hoopje mensen naar het centrum van Poprad, dat vlakbij was en een paar van de Duitsers, die in Slowakije vrijwilligerswerk hadden gedaan, kenden het stadje ook. Laura ook: de ouders van haar vriend wonen er en ze was de hele tijd bang dat ze hen zou tegenkomen, terwijl ze gezegd had dat er niet genoeg vrije tijd was om hen te gaan bezoeken. Het centrum was mooi verlicht en we vonden een goed terrasje voor een Vinea (druivenlimonade, in rood en wit verkrijgbaar!).

Pittig detail: mijn roommates in het hotel waren Emma-de-Franse-van-vorig-jaar en Maria-mijn-Italiaanse-roommate. Emma wou na het eten snel nog naar het aquapark. Toen Maria en ik na het eten onze jas wouden gaan halen, bleek dat de sleutel (1 sleutel per kamer, jawel) niet aan de receptie lag. Had Emma die meegenomen naar het aquapark? Erg grappig vonden we het niet: we konden haar niet bereiken en aan de receptie waren ze niet echt behulpzaam. Gelukkig leende Ania mij haar jas. Toen ik terugkwam, was er nog steeds geen sleutel, terwijl Emma ondertussen had laten weten dat ze de sleutel 100% zeker aan de receptie had laten liggen. De receptie geloofde er niets van en vond dat we het zelf maar moesten uitzoeken. Ze lieten mij gelukkig wel de kamer binnen met de reservesleutel. Even later kwam ook Maria terug… met de sleutel: ze had hem gewoon gekregen aan de receptie. Applausje voor het ordelijke personeel dat zich vooral niet verontschuldigd heeft voor de beschuldigen aan ons adres…

Volgende pagina »

Thema: Toni. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.