De ideale timing voor een vakantie: net op tijd om aan het Belgische herfstweer te ontsnappen. Welnu, deels is ons dat gelukt. Meer bepaald in deel 1: Krakau, waar we vrijdagavond aankwamen en tot dinsdagochtend vertoefden.
Wie Krakau niet kent, mag zeker beginnen uitkijken naar goedkope Ryanair-vliegtickets. Het is een heel gezellige stad met een centrum dat je te voet gemakkelijk kan doorkruisen. Wel wat gek voor de tweede grootste stad van Polen misschien, maar voor een toerist is het wel handig om de trams te laten voor wat ze zijn.
De eerste indruk was misschien niet de beste. Aangekomen op ons hoteladres (Peregrinus heette het, de toekomstige Krakaureiziger weze gewaarschuwd), deden we de grote voordeur open. Niks, alleen een grote lelijke trappenhal, zoals je er wel meer vindt in Polen. Geen verdere aanwijzingen waar er een receptie zou kunnen zijn. Hm, vast fout adres dus? Terug naar buiten, en toen zagen we naast de deur de mededeling dat de receptie zich op nummer 25 bevond. Oef. Ik vreesde al even een onbestaand hostel geboekt te hebben. De aardige receptionist op nummer 25 gaf ons de sleutel, maar onze kamer lag helaas wel in het grote lelijke gebouw op n°15. De voordeur kon niet afgesloten worden, de deur van onze sectie en onze kamer gelukkig wel. We deelden een badkamer en keuken met een andere kamer, en dat was dan onze sectie. De kamer was alles behalve gezellig, met fristiroze muren, vier bedden naast elkaar (twee waren ook genoeg geweest, dan kon je tenminste nog bewegen) en een grote oude kachel-achtige installatie.
Om Niels snel te overrompelen met betere Polen-indrukken gingen we nog even via de 24u op 24 geopende supermarkt (water!) naar de markt. Want Krakau heeft één van de grootste marktpleinen van Europa. En het is er heel gezellig: er is altijd wel iets te doen – concerten, mannen die met vuur jongleren, poppenspelers… Origineel is ook de karaokebar met live band.
Na deze positieve beelden gingen we terug naar het hostel, voor een nacht zoals je er niet te veel wil hebben. Enge geluiden, onverwacht luid gebel aan de voordeur op onze verdieping… de badkamer alleen al was een plaats waar je niet lang wou blijven. Toen we bijna sliepen, weerklonk opnieuw dat schelle belgeluid. Wie belt er nu continu aan om 1 u ‘s nachts? Rationeel weet je dan: tsja, er zijn toch twee deuren op slot tussen ons en de open voordeur. Maar dan hoor je gestommel, mensen aan sloten rammelen alsof ze geen sleutel hebben en hen dat weinig kan schelen, uiteindelijk de deur van de sectie die open ging… omstreeks half 3. Na dat herhaalde bellen – net of iemand wou weten of er iemand thuis was? Nog meer gestommel, en toen hoorden we de deur naast ons opengaan. Het waren onze dronken, pas aangekomen buren. Die niet zo goed overweg konden met een sleutelbos van 3 sleutels, kennelijk… Onze buren zetten bovendien hun wekker op half 6, en toen was het alweer licht op de kamer, bij gebrek aan gordijnen. Of hoe we dus niet veel geslapen hebben, die nacht. We hebben dan toch maar gevraagd om een kamer in het hoofdgebouw, waar de receptie was: een iets veiliger gevoel en misschien minder belletje-trek? De – uiteraard duurdere – nieuwe kamer was gelukkig veel gezelliger en degelijker!
Over Krakau kan je genoeg lezen op Wikipedia, maar laat ik het even hebben over iets wat erg opviel. Niet alleen de duiven en de pretzelverkopers overal, maar ook de trouwgekte. In Wrocław had ik al gemerkt dat het er vergeven is van de winkels met trouwkledij. In Krakau (en ook in Żywiec) zie je ook overal bruidsparen en fotografen rondlopen (we hebben minstens 3 paar gezien op 2 dagen tijd), koop je overal trouwringen, kan je in restaurants ook bruiloften houden en moet je nooit ver lopen voor een bruidsboeket en versieringen voor je bruiloft…
Ook in Wieliczka kan je trouwen. Maar je kan er ook gewoon heengaan om het te bezoeken: de zoutmijn vlakbij Krakau stond op de eerste UNESCO-werelderfgoedlijst ooit en is erg indrukwekkend. Een geleide wandeling van 3 uur, een traject van zo’n 2.5 km onder de grond, vol met standbeelden van zout… Het gekste van al was de zouten kapel die ze in de mijn gemaakt hebben. Onvoorstelbaar.
Een andere aanrader in Krakau: de fabriek van Oskar Schindler. Beter bekend van de film Schindler’s List. In de fabriek is een museum opgericht, niet veel meer dan een jaar geleden. Het is een erg uitgebreid museum over de Tweede Wereldoorlog en het nabije kamp van Płaszczów. Vol films met getuigenissen ed. We waren er een paar uurtjes ‘zoet’ (al is bitter wellicht een betere term hier).
Intussen was het stralend weer, tegen 30°C. Dus zondagmiddag gingen we naar Kryspinów, een strand aan een baai op ‘n half uurtje bus van Krakau. We waren er natuurlijk niet alleen: Lloret de Mar is er niets bij. Maar we vonden toch een plaatsje zonder op al te veel mensen te trappen, een wonder. Naast ons was een koorddans-trio zichzelf en de omliggenden aan het entertainen, terwijl menig Pool vlees aan het stoken was. Barbecuen is een te mooie term voor al dat rookgeweld. De terugreis was iets spannender: de busuren waren niet geafficheerd, het was zondagavond en het was een file van jewelste. Dus het was wat gokken op welke bus je sprong, maar we hebben dat goed gedaan.
Culinair was het voor ons dik in orde: je kan er zeer lekker eten op restaurant voor zo’n 5 euro per persoon. De obligatoire pierogi, en heerlijke rode-bietensoep met ‘oortjes’ waren uiteraard van de partij. Wie na het lezen van mijn blogposts nog steeds niet weet waar ik het over heb, kan het beter ter plaatse eens gaan uitproberen, of vriendjes worden met Poolse oude vrouwtjes.
Onze laatste dag in Krakau brachten we op verplaatsing door: in de Jura Krakowsko-Częstochowska, een deel van het Nationaal Park van Ojców. Leuk om te wandelen, erg groen, met een paar opvallende rotsen zoals de ‘Knots van Hercules’. Je moet het natuurlijk wel weten te vinden: een bus nemen van Krakau naar Ojców is één ding, maar de kunst is weten waar je uit moet stappen. Gelukkig heb je altijd wel ergens een aardige Poolse vrouw die merkt dat je op zoek bent naar de juiste halte. De aardige vrouw in ons geval was een lokale botanologe, die ons wou helpen een kaart van de omgeving te bemachtigen, ons aanraadde om zeker een video te bekijken over het park enz enz. Je kent het, iemand die graag de regio wat extra promoot en geen rust zal vinden voor ze zeker is dat we alles goed naar waarde zullen schatten. Zeer welgekomen kaartje! 18km wandelen en enkele fikse buien op het einde later sloten we de dag af bij een lekkere maaltijd in Krakau. In een restaurant waar een groep Duitsers allemaal schnitzel bestelden (en het zowaar lekker vonden).
Dinsdag reden we het tweede, vochtigere deel van onze reis tegemoet: Żywiec – waar ook de brouwerij ligt vanhet gelijknamige bier, één van de bekendste bieren van Polen. Over de smaak heb ik hierbij niks gezegd. De stad ligt in de Beskidy, het tweede grootste gebergte van Polen. De afstand tussen de twee steden bedraagt 91km, goed voor… 4u15 treinrit. Nu het toch over die treinen gaat: we waren er getuige van dat je op Poolse treinen de deur ook kan openen als die niet stilstaat. Voor wie het zich afvroeg…
Ons hotel, Zajazd Maxim, is een aanrader. Voor 35 euro per nacht (voor 2 personen) heb je daar een zeer luxueuze slaapkamer, met ruime badkamer en zelfs een groot salon, en ontbijt inbegrepen. Groter kon het verschil met de eerste nacht in Polen dus niet zijn. De mails die ze op voorhand stuurden zijn ook de beleefdste, meest gedienstige stukken Pools die ik ooit te lezen kreeg.
Het toerismebureau is ook een plaats waar je moet zijn geweest. Zelden zo’n enthousiaste ‘toerismebureaumevrouw’ (tsja, hoe noem je zo iemand? tourist-agent? senior tourist manager? tourist engineer?) gezien. Toeristen uit België, wat een unicum! En ze vertrok op een lange, lange, lange (Poolse) uitleg, wandelend van kaarten naar kasten naar schuiven naar kaarten enz. Intussen overlaadde ze Niels met allerlei Engelstalige brochures en folders en kaartjes die ze daar had liggen, kwestie dat hij ook iets had om over te lezen. Je kon het zo gek niet bedenken, zelfs een route over mijlpalen in de industrie. En over het weer moesten we ons geen zorgen maken, waarom? Slechts ‘overvliegende buitjes’, verzekerde ze ons. Gelukkig maar, want zoveel bergen en ‘n groot meer in de buurt, daar moesten we onze drie dagen in de regio toch zeker goed mee kunnen vullen!
Na een middagmaal op een bankje in het grote Paleizenpark (met een paleis van de vroegere Habsbugers, vandaar) en de geweldige ‘Johannes Paulus-route’** trokken we verder naar de heuvel Grojec (612m), waar ons een heel mooi panorama zou wachten. Na een stevige klim – want Poolse wandelroutes gaan liever vertikaal omhoog dan veel bochtjes te nemen, hebben we geleerd – hoorden we het boven al wat grommen. En dat op een pauselijke route! Maar het kruis was in zicht, niet erg ver weg, en het druppelde maar lichtjes. Dus gingen we door, bewonderden bovenaan kort het uitzicht en keerden dan snel terug. Geen minuut te vroeg, want bij onze tocht naar omlaag (gelukkig opteerde we voor de weide, niet meer voor het bos waarlangs we gekomen waren) werden we er gewoonweg afgeblazen. Stormwind, meer regen dan uit de gemiddelde douche komt… Het was best eng eigenlijk, de takken in het bos ernaast begonnen zich al te roeren, en ook in’t park beneden zouden we later erg veel afgebroken takken en zelfs enkele gespleten bomen zien… Toen we terug beneden waren, liepen we snel naar een nabijgelegen gebouw om onder te schuilen. Al waren we natuurlijk drijfnat. Rok en zakdoek alleen al konden met gemak een stevige emmerbodem vullen. Nu ja, niet getreurd, we hadden het kruis gehaald… Al bleek later uit de wandelbeschrijving dat dat niet het eindpunt was: er was nog een tweede kruis – wij waren maar tot 475m geraakt, tot het… Johannes-Pauluskruis…
Na dit ‘overvliegende buitje’ trokken we de volgende dag, op aanraden van de toerismemevrouw, naar de berg Góra Żar. Ergens onderweg is daar ook een touwenparcours zo’n 20m boven de grond, daar kon Niels zich eens uitleven. Toen hij weer veilig voet aan de grond zette, begon het te gieten, donderen en stormen. Dus brachten we de volgende twee uur binnen in een herberg door met tomatensoep en een spelletje Zeeslag voor Gevorderden. Toen het meeste water er weer even uitgevallen was, besloten we met het treintje naar boven te rijden, om dan te voet af te dalen: kwestie van niet pas boven te zijn als ‘t weer zou gaan onweren. Boven aangekomen zagen we een wondermooi, verbluffend… niets. Geen drie meter voor je uit zag je. Wit panorama. Oeps… Boven wat rondgewandeld, tot uiteindelijk door de wolken ineens twee lantaarnpalen zichtbaar waren, dan drie, vier… langzaam maar zeker ging de wolk weg. Heel grappig. En ja, uiteindelijk zagen we eens wat. We hebben er trouwens ook ‘vriendjes’ gemaakt: de Poolse nationale bond van blinden en slechtzienden. Een begeleider had aan onze tafel gezeten in de herberg en had zin gehad in een Engels (jawel!) praatje. En boven zagen we hem weer, en toen vroeg hij of we een fotovan hen konden maken. Dus zei hij: “hier is een toeriste uit België die Pools spreekt.” En zo maak je vrienden
Dat vonden ze allemaal geweldig boeiend, en ik moest zeker mee op de foto, “natuurlijk!” Het was een bende lollige mensen, werkelijk. Moeilijk om kort te beschrijven, maar ze hadden een goed gevoel voor humor…
De afdaling verliep vlot: ineens blauwe lucht en zeven zonnen. Tot we net beneden waren, aan de bushalte: toen begon het weer te gieten. Goede timing!
De laatste dag, donderdag, gingen we ‘s ochtends naar het toerismebureau. Want met die ‘overvliegende buitjes’, die zich overigens vertaalden in overstromingen in delen van het land, en vooral de onweders, was het nogal lastig om hogere bergen te gaan bewandelen. We hadden nochtans Pilsko, 1557m, net over de grens met Slowakije, op het oog. Niet iets voor een stormige dag natuurlijk. Helaas kon ze ons alleen nog musea aanraden. En internet aanbieden. En nog foldertjes? Ons laatste stuk geïmporteerde Belgische chocolade had de vrouw in ieder geval dubbel en dik verdiend!
We besloten nog naar een waterval (10m) te gaan kijken (Sopotnia Wielka), nog wat in het park te wandelen voor het weer zou gaan regenen, en de sauna en jacuzzi van ons hotel eens uit te proberen. 6 euro voor ‘n uurtje – geweldig land, toch?
Tot slot nog iets over ons laatste avondmaal. In de pizzeria wandelde een poesje binnen. Klein, schattig, het kwam zelfs even naast Niels op de bank zitten. Om dan weer verder te gaan verkennen. Even later werd ons de vraag gesteld door het personeel: “Excuseer, is dit uw kat?” Juist ja, wij nemen altijd onze kat mee op restaurant… Toen het poesje bleef proberen binnen te dringen en de serveerster besloot dat ze niet de hele avond de deur kon staan blokkeren, beraamde het personeel een geniaal plan: het poesje eten geven, buiten. Dan komt-ie vast niet meer terug… (hier dient u even ongelovig te fronsen) Of hoe de pizzazaak er een nieuwe vaste klant bij heeft!
**De beschrijving was hilarisch. Voor ons toch. De voormalige Paus is vroeger één dag in Żywiec geweest, wat hem een standbeeld, een herdenkingskruis op Grojec en deze wandelroute opleverde. De uitleg bij de wandeling had het over hoe de Paus deze weg had afgelegd, de inwoners had gezegend, patati en patata. Maar zo overdreven enthousiast geschreven, vol ‘voortreffelijk’ en superlatieven… Ik zal u de Poolse tekst besparen.